Home   Congres   Scholen   Dossiers   VHZ   Contact 
 

Kamervragen over gehoorschade bij jongeren  → Nieuws  → Home  

print

Onlangs hebben de heren Buijs (CDA) en Rouvoet (ChristenUnie) aan de minister Hoogervorst (VWS) vragen gesteld over gehoorschade onder jongeren. De minister heeft deze vragen inmiddels beantwoord.

Vragen aan de minister en zijn antwoorden:


1. Hebt u kennisgenomen van het bericht dat gehoorschade onder jongeren snel toeneemt?
Antwoord van de minister:
Ja.

2. Bent u bereid maatregelen te treffen om blijvende gehoorschade onder de jeugd te voorkomen dan wel te genezen?
Antwoord van de minister:
Mijn beleid is erop gericht om blijvende gehoorschade onder de jeugd te voorkomen. In dit verband zijn reeds maatregelen genomen. De Nationale Hoorstichting ontvangt van 2006 tot en met 2008 subsidie voor het uitvoeren van activiteiten gericht op het voorkomen van gehoorschade en het vragen van aandacht voor deze problematiek, onder andere door het aanbieden van een hoortest voor jongeren. In september 2003 heeft ZonMw een expertmeeting georganiseerd over de mogelijkheden van het voeren van een campagne ter preventie van gehoorschade van jongeren als gevolg van harde muziek. Conclusie van deze bijeenkomst was dat gehoorschade een ernstig probleem is, maar dat nog veel onbekend is.
ZonMw heeft kortgeleden in opdracht van VWS vanuit het programma Landelijke Leefstijlcampagnes subsidie verstrekt voor het uitvoeren van een pilotcampagne gericht op het vragen van aandacht voor het voorkomen van gehoorschade onder jongeren in discotheken. Tevens heeft ZonMw subsidie verstrekt voor het uitvoeren van twee onderzoeken om nadere informatie te vergaren over determinanten die leiden tot gehoorschade. De resultaten van deze wetenschappelijke onderzoeken komen in 2009 respectievelijk 2010 beschikbaar.
Het voorkomen van gehoorschade in de arbeidssituatie ligt op het beleidsterrein van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). In het Arbobesluit is opgenomen dat jeugdige werknemers (jonger dan 18 jaar) geen arbeid mogen verrichten op een arbeidsplaats waar de dagelijkse blootstelling 85 dB(A) of hoger is of de piekgeluidsdruk 140 Pa of hoger is.

3. Beperkt het probleem van geluidsniveaus ver boven de pijngrens zich tot mp3-spelers en iPods? Bent u bereid overleg te voeren met de leveranciers van dergelijke apparatuur om onherstelbare schade aan het gehoororgaan van de gebruikers te voorkomen?
Antwoord van de minister:
Onvrijwillige blootstelling aan geluidsniveaus ver boven de schadelijkheidsgrens komt, naast mp3-spelers en iPods, in het dagelijkse leven nauwelijks voor.
Zowel de regelgeving, productie als distributie van draagbare geluidsapparatuur voor de Nederlandse markt staat niet los van Europese kaders. Na eerder overleg met leveranciers hierover heb ik het Nederlandse normalisatie instituut (NEN) verzocht gehoorschade door draagbare geluidsapparatuur aan te kaarten bij het Europese normalisatie instituut voor elektronische producten (CENELEC). Het voorstel van het NEN bij CENELEC richtte zich op:
- Het verplicht stellen van een waarschuwing dat buitensporige geluidsdruk van oor- en koptelefoon gehoorverlies kan veroorzaken.
- De eis dat geluidsdruk van oor- en koptelefoons die gebruikt worden in combinatie met draagbare geluidssystemen of daarvoor bedoeld zijn, niet hoger mag zijn dan 100 dB.
Begin 2005 hebben de leden van CENELEC besloten tot het overnemen van de door Nederland voorgestelde waarschuwingsverplichting voor zowel audio- en videoapparatuur, als IT-apparatuur (bijvoorbeeld draagbare computers) in de betreffende regelgeving.
Het voorstel van een toegestande maximale geluidsdruk van 100 dB haalde echter geen meerderheid en werd daarom niet aangenomen.

 

Agenda

 

Siméacongres 2019
11 en 12 april in de Werelt te Lunteren
Lees meer...

» uitgebreide agenda

Zie ook

 

» meer links

Contact

 

Siméa
p.a. Bureau AudCom
Chr. Krammlaan 8-10
3571 AX Utrecht

030-2 76 99 02

» routebeschrijving

» info@simea.nl

Twitter

 

Tweets van @CongresSimea

Copyright 2003-2018 Siméa