 |
print
Het onderzoek COOLSpeciaal heeft tot doel om betrouwbare en representatieve gegevens te verzamelen
over de ontwikkeling van leerlingen in het speciaal basisonderwijs en het
speciaal onderwijs, zowel op cognitief gebied als op niet-cognitief gebied. De
gegevens kunnen uiteindelijk scholen ondersteunen bij het opstellen van het
ontwikkelingsperspectief van de afzonderlijke leerlingen. Het onderzoek wordt uitgevoerd door het Kohnstamm
Instituut.
Veel scholen in het speciaal onderwijs zijn hard bezig om
meer inzicht te krijgen in de eigen leeropbrengsten. Daartoe wordt, mede onder
invloed van de inspectie van het onderwijs, gewerkt aan het opstellen van
ontwikkelingsperspectieven. Dat is geen gemakkelijke taak. Hoe bepaal je in het
speciaal onderwijs haalbare onderwijsdoelen per leerling? Hoe kunnen
toetsresultaten geïnterpreteerd worden, gegeven de soms grote verschillen
tussen leerlingen in gedrag, leerbelemmeringen, intelligentie en schoolse
geschiedenis? Scholen zijn nog zoekende naar goede indicatoren of standaarden
waarmee leeropbrengsten kunnen worden beoordeeld, rekening houdende met deze
grote heterogeniteit.
COOLSpeciaal wil proberen op dit vlak stappen vooruit te zetten. Het streven is om uit te
zoeken welke groepen zorgleerlingen in
het speciaal onderwijs, het speciaal basisonderwijs en het regulier
basisonderwijs kunnen worden onderscheiden, op basis van gegevens over
bijvoorbeeld intelligentie, leerbelemmeringen, sociale kenmerken en combinaties daarvan. Het doel daarvan
is meer zicht te krijgen op welke
ontwikkelingsmogelijkheden voor welke groep mogelijk/haalbaar is.
Die gegevens kunnen vervolgens weer gebruikt worden om
scholen houvast te geven bij het opstellen van ontwikkelingsperspectieven. Er
kan bijvoorbeeld worden nagegaan wat zwaar en minder zwaar meebepaalt welke
leerresultaten worden behaald bij bepaalde groepen leerlingen. In welke mate
doet intelligentie er toe, of type leerprobleem, of de kenmerken van de ouders,
of de relatie tussen leerkracht en leerling, of het onderwijsniveau van de
groep waarin het kind zit? Welke overeenkomsten of verschillen zijn er tussen
zorgleerlingen in het regulier onderwijs en het speciaal onderwijs? Antwoorden
op deze vragen zijn voor de sector als geheel én voor de afzonderlijke scholen
heel relevant. Veel actuele discussies over taak en belang van het speciaal
onderwijs lijden immers aan het euvel van te weinig empirische onderbouwing.
Omdat er qua onderwijsbehoeften van kinderen de nodige
overlap is tussen de clusters van het speciaal onderwijs, is het heel
essentieel dat alle clusters aan het onderzoek deelnemen.
COOLSpeciaal is er op gericht de ontwikkeling van kinderen langere tijd te volgen. Voorlopig
is voorzien in twee metingen: één in dit schooljaar en één in het schooljaar 2013-2014.
Zo krijgt men zicht op de leerwinst die leerlingen behalen in drie jaar tijd, ook van de leerlingen die zijn
doorgestroomd naar het voorgezet onderwijs. Deze gegevens geven ook weer
bruikbare informatie voor het opstellen van ontwikkelingsperspectieven. Het
onderzoek beperkt zich tot de gegevens van de leerlingen uit de
geboortejaren 1998 en 2001.
De onderzoekers zoeken nog scholen uit cluster 2 en
cluster 4 die bereid zijn aan het onderzoek deel te nemen. Voor meer informatie
wordt verwezen naar: de website www.cool5-18.nl
(doorklikken naar tabblad Speciaal (basis)onderwijs). |
|